Weilandgras in je gazon is geen officiële grassoort, maar een volksterm voor gras dat er ruw, ongelijk en 'weideachtig' uitziet: te hoog, te grof, met plukken of polletjes die uit de toon vallen. Meestal gaat het om soorten als ruwbeemdgras (Poa trivialis) of om Engels raaigras dat door slechte verzorging zijn 'gazoneigenschappen' kwijt is geraakt. Het goede nieuws: je kunt dit in één tot twee maanden flink terugdringen als je de juiste stappen in de juiste volgorde zet.
Weilandgras in je gazon: herkennen en aanpakken in NL
Wat mensen bedoelen met 'weilandgras' in hun gazon
Stel je staat in de tuin en je denkt: dit ziet er niet uit als een gazon, dit lijkt meer op een weilandje. Dat gevoel klopt vaak. 'Weilandgras' is geen officieel type, maar een praktische beschrijving van gras dat zich gedraagt als weide-gras: het groeit in losse polletjes of ruige plukken, heeft bredere en ruwere bladeren dan je fijne gazongras, kleurt lichter of fletser groen, en herstelt niet echt netjes na het maaien. Het staat tussen je 'nette' gras in als ongewenste gast.
De meest voorkomende boosdoener in Nederlandse gazons is ruwbeemdgras (Poa trivialis). Dit is een polvormende, lichtgroene soort die je op schaduwrijke, vochtige of verdichte plekken ziet opduiken. Het groeit sneller dan je reguliere gazongras, waardoor het opvalt als hogere pluizige vlekken, zeker vlak na het maaien. Soms noemen tuinders ook bepaalde vormen van straatgras (Poa annua) of zelfs verwilderd Engels raaigras onder dezelfde noemer: alles wat er niet hoort en te 'wild' aanvoelt.
Zo herken je het

- Lichtgroen of gelig van kleur, duidelijk anders dan de rest van het gazon
- Bredere, soms glanzende of ruwe blaadjes die niet fijn aanvoelen
- Groeit in polletjes of onregelmatige plukken, niet als een gladde mat
- Schiet snel omhoog na maaien, staat na twee dagen al weer boven de rest
- Vormt uitlopers of sprieten die horizontaal over het gazon kruipen
- Gedijt vooral op natte, verdichte of beschaduwde plekken in de tuin
Waarom weilandgras in je gazon belandt
Weilandgras groeit niet zomaar ergens. Het is een signaal dat de omstandigheden in jouw gazon iets niet kloppen. De meest voorkomende oorzaken in Nederlandse tuinen zijn een verdichte bodem, een verkeerde maaihoogte en onvoldoende voeding. Als je de bodem hard en dicht hebt (door te veel betreding, zware klei of nooit beluchten), krijgt je gazongras te weinig zuurstof en ruimte om diep te wortelen. Poa trivialis en andere ruige soorten zijn daar minder kieskeurig over, en die nemen dan de lege ruimte in.
Te kort maaien is een klassieker. Veel tuinders denken: korter maaien geeft een netter resultaat. Maar bij een maaihoogte onder de 3 centimeter stress je je fijne gazongras, terwijl ruige types zoals straatgras juist minder last hebben van die stress. Andersom werkt te weinig maaien ook averechts: als gras te lang wordt, gaat het zaad schieten en krijg je nog meer ongewenste soorten in je gazon. De ideale maaihoogte voor een Nederlands gebruiksgazon ligt tussen de 4 en 6 centimeter.
Voedselarme of te zure grond speelt ook een grote rol. Op arme grond overleeft 'straatgras' makkelijker dan kwaliteitsgras. En bij een te lage pH (onder de 5,5) nemen grassen voedingsstoffen slechter op, waardoor je goede gras verzwakt en de ruige soorten de overhand nemen. In Nederland heb je bovendien vaak te maken met droge zomers en herfstregens, wat de bodemstructuur extra onder druk zet.
Weilandgras versus Engels raaigras en schraal gras

Er is nogal wat verwarring over de termen. Engels raaigras (Lolium perenne) is juist een gewenste soort in de meeste gazons: het is stevig, groen en herstelbestendig. Als een gazon 'weideachtig' aanvoelt maar eigenlijk gewoon uit Engels raaigras bestaat, is er misschien niks mis met de soort maar wel met het beheer. Schraal gras is weer iets anders: dat is gras dat door gebrek aan voeding dunner en fletser groeit, met veel open plekken. Dat is eerder een gevolg van slechte bemesting dan van een specifieke soort.
| Type | Uiterlijk | Oorzaak | Aanpak |
|---|---|---|---|
| Ruwbeemdgras (Poa trivialis) | Lichtgroen, glanzend, polvormend | Vochtige, verdichte of schaduwrijke bodem | Beluchten, doorzaaien, verdichten aanpakken |
| Straatgras (Poa annua) | Klein, lichtgroen, zaadpluimpjes zichtbaar | Kale plekken, verdichte grond, kort maaien | Hoger maaien, doorzaaien, niet kaal laten staan |
| Engels raaigras (Lolium perenne) | Donkergroen, glad, dicht | Gewenste soort, kan 'ruw' lijken bij slecht beheer | Goed beheer: juiste maaihoogte, bemesten |
| Schraal gras | Dun, flets, veel kale plekken | Voedselarm, te zure bodem | Bemesten, eventueel kalken, doorzaaien |
Het onderscheid is belangrijk omdat de aanpak verschilt. Bij ruwbeemdgras en straatgras wil je de omstandigheden veranderen zodat je goede gras sterker wordt dan het ongewenste gras. Bij schraal gras ligt de oplossing vooral in bemesting en pH-correctie. En als je gazon alleen maar bestaat uit 'ruig' uitziend Engels raaigras, volstaat een betere maairoutine al.
Wat je deze week al kunt doen
Je hoeft niet te wachten op het perfecte seizoen om te beginnen. We zitten nu eind juni, wat betekent dat je een paar directe stappen kunt zetten die al verschil maken. Let wel: verticuteren doe je nu liever niet bij aanhoudende droogte of hitte. Maar de volgende acties zijn nu prima uitvoerbaar.
- Maai je gazon op 5 cm hoogte. Niet korter. Haal er de ruige polletjes uit door ze met een tuinvork los te wippen en te verwijderen.
- Trek zichtbare polletjes ruwbeemdgras of straatgras handmatig uit. Dit kost tijd maar werkt direct: trek ze er inclusief wortels uit, liefst als de grond iets vochtig is.
- Geef het gazon daarna een goede beurt water als het droog is, zodat het overgebleven gras kan herstellen.
- Koop een bodemtestset bij de tuinwinkel of bouwmarkt (Praxis, Gamma, Welkoop): meet de pH van je grond. Als die onder de 6 ligt, plan dan kalken in voor het najaar.
- Noteer de probleemplekken: waar staat het weilandgras het dichtst? Dat zijn de plekken waar je bodemverbetering het hardst nodig hebt.
- Schaf een zak gazonzaad aan dat past bij jouw situatie (schaduwmix of gebruiksgazon) zodat je na de volgende stap direct kunt doorzaaien.
Verwacht geen wonder in één week, maar je haalt al een groot deel van het ongewenste gras weg en je bereidt de bodem voor op de echte herstelstappen die volgen. Het handmatig uittrekken is onderschat werk: elke pol ruwbeemdgras die je verwijdert, is een potentiële zaadleverancier minder.
Verticuteren, beluchten en doorzaaien: het echte herstelwerk

Dit is de kern van de aanpak. Verticuteren betekent dat je de viltlaag (dood organisch materiaal tussen het gras) doorsnijdt met een verticuteermachine. Die viltlaag belemmert lucht, water en meststoffen om bij de wortels te komen, en juist ruwbeemdgras gedijt goed in zo'n verstikkende laag. Door te verticuteren gooi je het ongewenste gras als het ware uit zijn comfortzone.
Het beste moment om te verticuteren is april tot en met mei, of anders september tot oktober. STIHL adviseert om te verticuteren afhankelijk van het weer tussen maart en september, waarbij april en mei ideaal zijn omdat de bodem snel herstelt, maar niet bij aanhoudende hitte of langdurige droogte april tot en met mei. In die periodes herstelt het gras snel. Eind juni verticuteren kan, maar alleen als het niet aanhoudend heet en droog is: bij droogte of hitte herstelt de grasmat traag en loop je het risico op kale plekken. Plan verticuteren dus liever voor september als je het nu gemist hebt.
Beluchten (aereren) doe je anders dan verticuteren: hierbij prik je kleine gaatjes in de bodem om lucht en water beter door te laten. Dit is minder ingrijpend dan verticuteren en kan vaker: elke vier tot zes weken tijdens het groeiseizoen is geen overdaad. Na het beluchten strooi je eventueel een laagje fijn zand in de gaatjes om verdichting op de lange termijn tegen te gaan.
Direct na het verticuteren zaai je bij. Dit is cruciaal: de grasmat staat dan open en het zaad heeft bodemcontact, wat de kiemkans enorm vergroot. Zaai kale en dunne plekken in met een geschikt gazonmengsel (liefst met Engels raaigras als basis), strijk licht aan en houd het goed vochtig. In de twee weken na het zaaien water je liever elke dag een beetje dan één keer per week veel. Na het doorzaaien wacht je minimaal drie tot vier weken met maaien zodat het jonge gras zich kan vestigen.
Samenvatting mechanische aanpak
- Verticuteren: maximaal 2 keer per jaar, bij voorkeur april-mei en/of september-oktober
- Beluchten: elke 4-6 weken tijdens het groeiseizoen (april tot oktober)
- Na verticuteren: direct doorzaaien op kale/dunne plekken
- Na doorzaaien: dagelijks licht water geven, minimaal 3-4 weken niet maaien
- Ruige polletjes handmatig uitwippen vóór de mechanische aanpak om verspreiding te beperken
Bemesten, kalken en water geven

Een gezond, dicht gazon is de beste verdediging tegen weilandgras. Als je goede gras sterk en dicht groeit, is er gewoon minder ruimte voor ongewenste soorten. Bemesting speelt daarin een sleutelrol, maar het gaat om het juiste moment en de juiste hoeveelheid, niet om zoveel mogelijk strooien.
Kalken: eerst de pH checken
Voordat je bemest, is het slim om de zuurgraad van je bodem te weten. De ideale pH voor een gazon ligt tussen de 5,5 en 6,5. Zit je onder de 5,5, dan neemt gras voedingsstoffen veel slechter op en heeft kalken zin. Kalk je grond in het najaar (september-oktober), want kalk heeft een paar weken nodig om zijn werk te doen. Bemest daarna pas, anders gooi je meststoffen weg op zure grond. Kalk en meststof combineer je nooit tegelijk: zet er minimaal vier tot zes weken tussenin.
Bemesten: wanneer en hoeveel
Gazon bemest je hoofdzakelijk in het voorjaar (april-mei) en eventueel een tweede keer vroeg in het najaar (augustus-september). Gebruik een gazonmeststof met een hoog stikstofgehalte voor voorjaarsgroei, en een meststof met meer kalium in het najaar voor wortelsterkte. Te veel bemesten leidt tot snelle, slappe groei die vatbaarder is voor ziektes en juist de ongewenste grassen kan bevoordelen. Volg altijd de aanbevolen dosering op de verpakking.
Water geven zonder te overdrijven
Onregelmatig en oppervlakkig water geven is een van de onbewuste oorzaken van weilandgras. Als je ziet dat je gazon last heeft van weilandgras, is het extra belangrijk om het watergedrag te verbeteren zodat je grasmat dieper wortelt. Als je elke dag een beetje sproeit, worden de wortels lui en blijven ze ondiep. Ruwbeemdgras en straatgras profiteren daar meer van dan diepwortelend gazongras. Water je gazon liever één tot twee keer per week grondig: minimaal 20 tot 25 liter per vierkante meter per keer, zodat het water 10 tot 15 centimeter diep in de bodem dringt. Je gazongras maakt dan diepe wortels en wordt robuuster.
Seizoensplan: wat doe je wanneer
Een gazon aanpakken is geen eenmalige actie, maar een ritme over het jaar. Dit is een realistisch plan voor een Nederlands gazon met weilandgrasproblemen.
| Periode | Wat doe je | Waarom |
|---|---|---|
| Maart-april | Eerste beurt maaien (5-6 cm), beluchten, eventueel verticuteren, doorzaaien op kale plekken | Gras begint te groeien, bodem herstelt snel, verticuteren nu heeft maximaal effect |
| April-mei | Bemesten met voorjaarsmeststof (hoog N), ruige polletjes handmatig verwijderen, maaien wekelijks | Voedingsboost geeft gazongras voorsprong op ongewenste soorten |
| Juni-augustus | Maaien op 5-6 cm, water geven 1-2x per week grondig, geen verticuteren bij droogte | Zomerhitte stresst gras; diep water geven voorkomt ondiep wortelen en droogteschade |
| September-oktober | Verticuteren (ideaal herstelmontant), doorzaaien, eventueel kalken na bodemtest, herfstbemesting | Bodem is warm, nazomergroei zorgt voor snelle kieming en herstel voor de winter |
| November-februari | Geen maaien nodig, gazon met rust laten, eventueel mos verwijderen bij open winter | Gras gaat in ruststand; ingrepen nu doen meer kwaad dan goed |
Als je nu, eind juni, begint, pak je de rest van de zomer aan met handmatig verwijderen en goed water geven, en plan je de grote herstelbeurt (verticuteren, doorzaaien, kalken) voor september. Dat is haalbaar en realistisch. Na één volledig seizoen van goed beheer ziet het er al heel anders uit.
Onkruidbestrijding in het gazon: wanneer heeft het zin en wat mag er in Nederland
Laten we eerlijk zijn: de meeste hobbytuinders vragen zich op een gegeven moment af of er niet gewoon een middel bestaat dat het ongewenste gras wegspuit. Het antwoord is genuanceerd, zeker in Nederland.
Wat mag en wat niet
Glyfosaat, het actieve bestanddeel in de bekendste totaalherbiciden, mag als particulier in Nederland niet meer worden gebruikt. Als je vooral last hebt van plaggen gras, is een goede bodemaanpak meestal effectiever dan onkruidbestrijding met middelen. Dat is al sinds 2023 officieel verboden voor particulieren. Alleen middelen die expliciet zijn toegelaten voor particulier gebruik en voorzien zijn van de juiste gebruiksvoorschriften mogen worden toegepast. Kijk altijd op de verpakking of het middel is goedgekeurd door het Ctgb voor gebruik in particuliere tuinen. De NVWA handhaaft hierop.
Een specifiek probleem bij weilandgras is bovendien dat je het eigenlijk niet zomaar kunt wegspuiten zonder ook je gewenste gras te raken. Ruwbeemdgras en straatgras zijn grassen, net als jouw gazongras. Selectieve herbiciden die gras doden, doden ook je gazon. Er bestaan geen veilige, voor particulieren toegelaten middelen in Nederland die alleen het 'slechte' gras wegspuiten en je goede gras ongemoeid laten.
Wat werkt dan wel
De teeltkundige aanpak is dan ook echt de enige duurzame weg. Handmatig uittrekken bij kleinere aantastingen, gevolgd door doorzaaien, werkt goed. Bij zware aantasting waarbij meer dan een derde van je gazon bestaat uit ongewenste soorten, is het eerlijker om te overwegen het gazon gedeeltelijk of geheel opnieuw in te zaaien. Dat klinkt heftig, maar het is sneller dan een paar jaar aanmodderen met een gazon dat nooit echt dichtgroeit. Maai de plek kaal, werk de grond los, zaai opnieuw met kwalitatief gazonzaad en houd het goed vochtig. In vier tot zes weken heb je een jonge grasmat die je daarna goed kunt opbouwen. Wil je weten wie groeit gras precies, dan helpt het om naar de grasgroep en de omstandigheden in je bodem te kijken in vier tot zes weken.
Voor echte breedbladige onkruiden tussen het gras (zoals paardenbloemen of klaver) bestaan er wél toegelaten selectieve onkruidbestrijdingsmiddelen voor particulieren. Als je vooral last hebt van weilandgras, ligt de focus meer op bemesting, pH en goed (door)zaaien dan op onkruidspuitmiddelen zoals paardenbloemen of klaver. Die vallen buiten de 'weilandgras'-problematiek, maar het is goed om te weten dat die opties bestaan voor andere gazonproblemen.
Checklist: zo pak je weilandgras aan
- Herken het probleem: zijn het polletjes ruwbeemdgras, straatgras of gewoon slecht onderhouden Engels raaigras?
- Verwijder ruige polletjes handmatig: trek ze eruit inclusief wortel, liefst als de grond iets vochtig is
- Maai op de juiste hoogte: 4-6 cm, nooit korter dan 3 cm
- Meet de pH van je bodem: onder de 5,5 betekent kalken in het najaar, daarna pas bemesten
- Belucht de bodem: prik gaatjes elke 4-6 weken tijdens het groeiseizoen om verdichting tegen te gaan
- Verticuteren in april-mei of september-oktober: maximaal 2 keer per jaar
- Direct na het verticuteren doorzaaien op kale en dunne plekken
- Water geven: 1-2 keer per week grondig (20-25 liter per m²), niet elke dag een beetje
- Bemest in het voorjaar (april-mei) en eventueel vroeg najaar (augustus-september)
- Bij zware aantasting (meer dan 1/3 van gazon aangetast): overweeg gedeeltelijk opnieuw inzaaien
- Geen glyfosaat of totaalherbicide gebruiken: verboden voor particulieren in Nederland én niet selectief voor grassen
FAQ
Hoe weet ik of het echt ruwbeemdgras of straatgras is, of dat het gewoon Engels raaigras is door verkeerd beheer?
Let vooral op de groeivorm en de plek. Ruwbeemdgras (vaak Poa trivialis) verschijnt sneller als hogere, pluizige polletjes op schaduwrijke, vochtige of verdichte stukken, vaak met relatief lichtgroene tint. Als de hele grasmat gelijkmatig weideachtig oogt en niet alleen ‘vlekken’ vormt, kan het ook gaan om Engels raaigras dat door te weinig maaien, te weinig voeding of verdichting anders gaat ogen. Maak voor jezelf één foto per week van dezelfde plekken en kijk of de ‘vlekken’ uitbreiden, dat wijst vaker op Poa dan op alleen beheer.
Moet ik eerst verticuteren of eerst beluchten, en wat als ik het allebei wil doen?
Als je viltlaag duidelijk aanwezig is en je ziet plakken die lastig doordringen met een hark, doe dan eerst verticuteren en daarna bij voorkeur beluchten in een kort daaropvolgend moment (bij voorkeur binnen enkele weken, niet op dezelfde dag als het droog en heet is). Beluchten kan namelijk goed ‘onderhoudend’ door het jaar, terwijl verticuteren meer ingrijpend is. Verticuteren zonder beluchten werkt soms onvoldoende op verdichte plekken, beluchten zonder doorzaaien na openen van de grasmat is juist vaak te slap om weilandgras echt terug te dringen.
Waarom wordt mijn gazon na verticuteren soms dun of krijgt het kale plekken, ook als ik volgens het stappenplan werk?
De meest voorkomende oorzaken zijn te laat of te droog water geven na het verticuteren en het ontbreken van echt zaad-bodemcontact. Direct na het verticuteren zaaien en licht aandrukken of aanstrijken helpt, maar vooral de vochtstrategie maakt het verschil: liever vaker klein water geven in de eerste 2 weken dan één lange gietbeurt. Ook maakt weersomslag uit, bij hitte of langdurige droogte loopt herstel sneller mis. Als het heet is, stel dan verticuteren liever uit naar september.
Kan ik weilandgras ook aanpakken zonder te verticuteren, bijvoorbeeld omdat ik dat apparaat niet heb?
Ja, maar het gaat meestal langzamer en vraagt meer consequente nazorg. Zonder verticuteren kun je beginnen met beluchten en doorzaaien op de plekken die het meest ‘weideachtig’ zijn, plus handmatig uittrekken bij kleine polletjes. Houd er rekening mee dat een te dikke viltlaag dan minder wordt doorbroken, waardoor lucht, water en mest lastiger bij de wortels komen. Daarom is beluchten plus doorzaaien vaak een minimale, maar minder effectieve route dan verticuteren voor het openen van de grasmat.
Wanneer moet ik zaaien en doorzaaien precies, kan ik dat na eind juni nog doen?
Doorzaaien kan nog steeds in de zomer, mits je het vocht goed regelt en niet te veel stres door hitte geeft. Eind juni is haalbaar voor kleine herstellingen en voorzaaien na beluchten, maar een ‘echte’ herstelronde met verticuteren en doorzaaien ligt qua slagingskans meestal beter richting september. Werk met het principe: hoe later in het seizoen, hoe belangrijker het is dat het jonge gras nog voldoende tijd krijgt om wortel te maken vóór de groei trager wordt.
Hoeveel water moet ik geven als ik niet weet of 20 tot 25 liter per vierkante meter lukt?
Gebruik een simpele controle: leg een paar dagen een opvangbakje (of meetinstrument) op een representatief stuk en kijk hoeveel tijd nodig is voor een vergelijkbare hoeveelheid. Als je geen meting hebt, stuur dan op bodemindringing: bij goed water geven moet de toplaag niet alleen nat zijn, maar moet het water ook enkele centimeters dieper doorwerken. In de praktijk betekent dat vaak langere sproeiperioden in één of twee momenten per week, in plaats van elke dag heel kort. Stop ook niet zodra het oppervlak nat lijkt, maar zodra de grond net dieper ‘mee’ is gaan vocht opnemen.
Welke maaihoogte moet ik aanhouden als het gras nu al hoger is en ik er weilandgras in heb?
Ga niet in één keer extreem terug. Bij stressgevoelig gazon is een geleidelijke stap verstandig: maai eerst naar een veilige hoogte (bijvoorbeeld rond 4 tot 5 cm) en pas daarna, binnen 1 tot 2 weken, verder naar het streefbereik van 4 tot 6 cm. Maai ook bij voorkeur niet tijdens droogte of hitte, en laat het maaisel kort en licht opdrogen als dat mag, maar vermijd dikke ‘resten’ die de viltlaag kunnen verergeren.
Wat is het risico als ik kalk en bemesting toch tegelijk doe?
Het risico is dat je meststoffen minder effectief worden opgenomen, omdat de pH niet stabiel verandert in één moment, en je ook de verhoudingen in de bodem kunt verstoren. Daarom is het advies om minimaal 4 tot 6 weken tussen kalk en bemesting te houden. Daarnaast kan verkeerd moment leiden tot ‘wegspoelen’, zeker bij regenbuien in de periode na toepassing. Wil je efficiënt werken, kies dus één hoofdmoment (kalk in najaar, mest in voorjaar of vroeg najaar) en plan de rest daaromheen.
Kan ik mest beter overslaan als ik veel Poa-achtige vlekken zie?
Meestal niet. Te weinig voeding houdt het gazon juist zwak, waardoor ongewenste soorten sneller de overhand krijgen. De nuance is vooral de dosering en het juiste moment: in het voorjaar stikstofrijker en in het najaar meer gericht op wortelsterkte. Als je ziet dat het gazon slap blijft en weinig groen is, is een aangepaste bemesting vaak effectiever dan alleen mechanisch ingrijpen. Maar overbemesten is ook niet goed, het geeft snelle groei die gevoelig is voor ziektes en extra concurrentie.
Waarom helpt handmatig uittrekken soms wel, maar niet genoeg bij een zware aantasting?
Uittrekken werkt goed bij kleine aantallen polletjes, maar bij zware aantasting is de zaadbank en hergroei vaak al groot. Dan trek je vooral bovengrond weg, terwijl nieuwe scheuten blijven terugkomen vanuit wortels en zaad. Praktisch grenspunt: als meer dan een derde van het gazon bestaat uit ongewenste soorten, is (gedeeltelijk) opnieuw inzaaien vaak rationeler dan het ‘uitsparen’ over meerdere seizoenen. Ook helpt het uittrekken doen op vochtige grond, zodat de polletjes echt loskomen in plaats van afbreken.
Welke storingen of signalen betekenen dat ik mijn aanpak moet herzien, ook na een seizoen?
Als je na een volledige ronde (mechanisch openen, doorzaaien, goede watergift en passende bemesting) geen duidelijke verdichting ziet, kijk dan eerst naar drie dingen: te verdichte bodem (mogelijk te weinig beluchten), te lage of te hoge pH (niet gekorrigeerd), en waterstress (onregelmatig of te oppervlakkig). Daarnaast kan schaduw toenemen door groeiende beplanting of bomen, waardoor Poa-achtige soorten terrein krijgen. In zo’n geval is een deel van het ‘grasbeheer’ eigenlijk ook grasonderhoud met licht en bodemconditie als thema.

Weide gras herkennen, juiste tijd zaaien en het gazon stap voor stap verzorgen: kale plekken, vilt, bemesting en kalende

Komt gras niet meer tot leven? Vind oorzaken, diagnose en een vandaag-stappenplan voor herstel en doorzaaien.

Praktisch stappenplan om kale plekken en slecht groeiend gras te verhelpen: bodem check, pH, beluchten, bemesten en juis

