Soorten Gras En Zaaihoeveelheid

Hoeveel soorten gras zijn er? Overzicht voor je gazon

Gezond Nederlands gazon in close-up met meerdere soorten grassen in verschillende tinten en bladstructuur

Wereldwijd zijn er bijna 12.000 botanische soorten grassen bekend, maar voor jouw gazon in Nederland zijn er eigenlijk maar een handvol écht relevant. In een standaard Nederlands gazonmengsel zitten doorgaans twee tot vijf grassoorten, zoals Engels raaigras en roodzwenkgras. Het exacte antwoord op 'hoeveel soorten gras zijn er?' hangt af van wat je precies telt: de hele plantenfamilie, wat er in Nederlandse tuinen groeit, of wat er in jouw specifieke mengsel zit.

Waarom er geen enkel 'vast' aantal bestaat

Het getal verschuift voortdurend. Botanici zijn het onderling niet altijd eens over wat een aparte soort is en wat een ondersoort of variëteit. Kew Gardens, een van de meest gezaghebbende botanische instituten ter wereld, meldt dat de grassenfamilie (Poaceae) bijna 12.000 erkende soorten telt, maar benadrukt zelf dat de taxonomie de afgelopen jaren sterk aan het veranderen is. GrassBase, Kew's eigen grasdatabase, had begin 2016 morfologische beschrijvingen voor 11.369 geaccepteerde soorten, met maar liefst 64.213 botanische namen in totaal, want veel soorten hebben meerdere synoniemen of zijn ooit anders benoemd.

Daarboven op komen dan nog de cultivars en rassen: kwekerslijnen die door veredeling zijn ontstaan, maar botanisch gezien tot dezelfde soort behoren. Eén soort zoals roodzwenkgras (Festuca rubra) heeft in de tuinhandel al meerdere subtypen, zoals 'roodzwenkgras met forse uitlopers' en 'roodzwenkgras met fijne uitlopers', elk met eigen eigenschappen voor gazongebruik. Het getal dat je tegenkomt hangt dus volledig af van de vraag welke laag je bekijkt.

Hoe gras wordt geteld: soorten, rassen en gebruiksgrassen

Close-up van gedroogde grasbladeren en grasaren op een licht oppervlak, herbariumstijl, zonder leesbare tekst.

Om het overzichtelijk te houden, zijn er drie niveaus die je uit elkaar moet houden.

  • Botanische soorten: de wetenschappelijke indeling binnen de familie Poaceae. Denk aan Lolium perenne (Engels raaigras) of Festuca rubra (roodzwenkgras). Dit zijn de 'echte' soorten, zo'n 12.000 wereldwijd.
  • Rassen en cultivars: kwekerslijnen binnen een soort, geselecteerd op specifieke eigenschappen zoals diepte van wortels, kleur, ziekteresistentie of droogtetolerantie. In de Nederlandse zaadhandel worden producten als 'Diplo 3' verkocht, wat 100% diploïde Engels raaigras is, maar een specifiek ras binnen die soort.
  • Gebruikscategorieën: de praktische indeling die tuiniers en hoveniers hanteren, zoals gazongrassen, siergrassen, rietsoorten en landbouwgrassen. Dit zijn geen botanische indelingen, maar functionele groepen.

Als je een zak graszaad koopt, werk je eigenlijk op alle drie niveaus tegelijk. De soort staat op het etiket (bv. Festuca rubra), soms ook het ras of cultivar, en de categorie (gazonmengsel, schaduwmengsel, sportveldmengsel) zegt iets over het gebruik. Voor jouw gazononderhoud is dat derde niveau het meest praktisch.

Orde-groottes: hoeveel grassen zijn er, en wat is relevant voor Nederlandse tuinen?

NiveauAantal (globaal)Relevant voor NL-tuin
Alle botanische grassoorten wereldwijd (Poaceae)Bijna 12.000Niet direct
Grassoorten in Nederland (Poaceae NL)Circa 150-200Deels (ook wilde soorten)
Grassoorten gebruikt in gazons en tuinen in NL10-20 soortenJa
Soorten in een typisch gazonmengsel2-5 soortenDirect relevant
Cultivars/rassen per soortTientallen per soortRelevant bij zaadkeuze

Voor jouw dagelijkse onderhoud hoef je dus écht niet alle 12.000 soorten te kennen. De vraag is welke twee tot vijf soorten er in jouw gazon zitten en wat die soorten nodig hebben. opbrengst gras per hectare. Als je wilt weten hoeveel aarde je gras nodig heeft, is vooral de dikte van de teerbare bodemlaag bepalend hoeveel aarde heeft gras nodig. Dat wordt vaak uitgedrukt in hoeveel graszaad je per m² moet zaaien, afhankelijk van het type gazon en de gewenste dichtheid hoeveel gras per m2. Met die soorten kun je beter inschatten hoeveel zwarte grond je nodig hebt voor je grasmat welke twee tot vijf soorten er in jouw gazon zitten. Dat maakt het ineens een stuk behapbaarder.

Welke grassen zitten er vaak in een Nederlands gazon?

Close-up van graspolletjes van verschillende veelvoorkomende gazongrassen in een Nederlands gazonfragment.

De meeste Nederlandse gazons bestaan uit een combinatie van de volgende soorten. Je hoeft geen botanicus te zijn om ze van elkaar te onderscheiden, want ze hebben duidelijk zichtbare kenmerken.

Engels raaigras (Lolium perenne)

Dit is het meest gebruikte gazongraszaad in Nederland. Je herkent het aan de brede, glanzende bladeren met een opvallende glans aan de onderkant. Het groeit snel, is stevig, kan veel gebruik verdragen en herstelt goed na maaien. Bijna elk standaard gazon- of speelmengsel bevat dit gras. Met een goede randafwerking van het gras voorkom je dat straatgras en andere ongewenste soorten vanuit de rand gemakkelijk je gazon binnendringen randafwerking gras. Het doet het goed op kleiachtige bodems en bij voldoende vocht, maar heeft meer moeite op droge zandgrond.

Roodzwenkgras (Festuca rubra)

Close-up van matgroen roodzwenkgras met fijne bladstructuur en dichte zode-tekstuur.

Fijner van blad dan Engels raaigras, met een matgroene kleur en een zachtere textuur. Roodzwenkgras is droogtetoleranter en doet het goed op schralere, zandige bodems. In schaduwmengsels en siergazons komt het veel voor. In de praktijk zijn er meerdere subtypen in omloop, zoals Festuca rubra rubra (met forse uitlopers) en Festuca rubra commutata (polvormend, zonder uitlopers). De tuinhandel maakt dit onderscheid ook in de verpakking.

Veldbeemdgras (Poa pratensis)

Dit gras is herkenbaar aan het bootjes- of sigarenpuntje bij de bladtop, wat het onderscheidt van de meeste andere soorten. Het groeit langzamer dan Engels raaigras, maar vormt een dichte en duurzame zode. In kwalitatieve gazonmengsels zit het er vaak bij voor de langetermijnhechting van de grasmat.

Schapengras en hardzwenkgras (Festuca ovina / Festuca brevipila)

Fijn, borstelig van structuur en herkenbaar aan de smalle, stijve bladeren. Dit soort gras duikt op in droge, schraalste gazons of langs randen. Je ziet het vaker in siermengsels voor minder intensief beheerd groen, niet in een standaard speelgazon.

Fioringras of gewoon struisgras (Agrostis stolonifera / Agrostis capillaris)

Worden gebruikt in fijnere, kwalitatieve gazons en sportvelden. Ze hebben een fijne textuur, maar vragen ook meer onderhoud. Je ziet ze minder in standaard tuinmengsels en meer in professionele toepassingen.

Ongewenste 'grasjes' en lookalikes: wanneer het geen echt gazongras is

Niet elk sprietje in je gazon is gewenst. Sommige planten lijken op gras maar zijn onkruid, of zijn grassen die je liever niet in je zode hebt. Hier zijn de meest voorkomende boosdoeners.

Straatgras (Poa annua)

Close-up van lichtgroen straatgras in een gazon met kleine witte bloeipluisjes.

Dit is het bekendste onkruidgras in Nederlandse gazons. Het is lichtgroen, groeit laag en breed uit, en bloeit snel met een kleine witte pluimpjes. Het lastige: straatgras is eenjarig en zaait zich zelf snel opnieuw uit. Je herkent het aan de platte, lichte bladeren en de kleine, open bloempluim. Het plant zich het hele jaar door voort en verdringt de gewenste fijnere grassen. Te rijkelijk bemesten en te veel besproeien werkt het juist in de hand.

Kweekgras (Elymus repens)

Kweekgras is hardnekkiger dan straatgras, want het verspreidt zich via lange, witte worteluitlopers ondergronds. Het blad is breed en ruw, de plant groeit rechtop en vormt al snel grote plukken. Als je het ziet, weet je dat het moeilijk te verwijderen is: de worteluitlopers laten zich niet makkelijk volledig uittrekken. Dit is een geval waarbij je snel moet handelen, want kweekgras verdringt alles eromheen.

Hanenpoot (Echinochloa crus-galli)

Een stevige, brede grasachtige plant met een duidelijke rode tint aan de bladbasis. Hanenpoot duikt vooral op in warme zomers op kale of dunne plekken in het gazon. Het zaait snel en breidt zich sterk uit. Hoe eerder je het eruit trekt, hoe minder last je ervan hebt.

Mos: geen gras, maar een signaal

Mos is geen gras en ook geen onkruidgras, maar het duikt op wanneer gras het moeilijk heeft: te weinig licht, te veel vocht, zure grond of een slechte bodemstructuur. Als je mos ziet groeien, is dat eigenlijk een signaal dat er iets mis is met de groeiomstandigheden van je gazon, niet alleen een lastige indringer.

Wat je onderhoud doet op basis van grastype

Weten welk gras je hebt, is geen nutteloze oefening. Het heeft direct invloed op hoe je je gazon onderhoudt. Engels raaigras vraagt bijvoorbeeld meer stikstof dan roodzwenkgras, en de maaifrequentie en maaihogte verschillen ook per soort. Hieronder de belangrijkste onderhoudsvlakken en hoe grastype daarin meespeelt.

Maaien

Engels raaigras verdraagt een lagere maaihogte (4-5 cm) en regelmatig maaien goed. Roodzwenkgras en schapengras doe je liever niet te kort maaien: houd 5-6 cm aan, zeker op droge, zandige bodem. Maai je te kort op een fijne zode, dan stress je het gras en maak je ruimte voor straatgras en mos.

Verticuteren

Verticuteren is zinvol als er een dikke viltlaag onder je grasmat zit, of als mos de overhand neemt. Het werkt het best in het voorjaar (april-mei) of vroeg in het najaar (september). Bij een gazon dat voornamelijk uit fijne zwenkgrassen bestaat, wees dan wat voorzichtiger: die herstellen langzamer dan Engels raaigras.

Bemesten

Engels raaigras is een echte stikstofvreter en reageert goed op een regelmatig bemestingsschema. Roodzwenkgras en schapengras presteren juist beter op schralere grond: te veel stikstof maakt ze gevoelig voor ziektes en geeft juist onkruidgrassen meer kans. Bemest je een gemengd gazon, dan houd je een gematigde hoeveelheid aan. Pas altijd op voor verbranding: te rijkelijk strooien op droge grond geeft bruine plekken.

Kalken

De ideale pH voor een Nederlands gazon ligt tussen de 5,5 en 6,5, afhankelijk van de grondsoort. Lichte, zandige grond streef je naar een pH van circa 5,5 tot 6,0; kleirijke of leemachtige grond mag richting de 6,5. De beste timing voor kalken is februari, zodat je daarna in april weer kunt bemesten. Mos dat hardnekkig blijft terugkomen, wijst vaak op een te lage pH.

Water geven

Engels raaigras heeft meer water nodig dan roodzwenkgras of schapengras. Weet je dat je gazon veel zwenkgras bevat, dan hoef je bij droogte minder snel in paniek te raken: zwenkgras gaat in rusttoestand, maar herstelt na regen. Te veel water geven bevordert juist straatgras en mos. Diep en minder frequent besproeien is altijd beter dan elke dag een beetje.

Onkruid- en plaagbestrijding

Straatgras bestrijden doe je door de groeiomstandigheden te verbeteren: minder frequent water geven, de juiste maaihogte aanhouden en zorgen voor een goede, dichte grasmat zonder kale plekken. Kweekgras moet je zo vroeg mogelijk met de wortel en al uittrekken. Hanenpoot kun je met een scherpe grondsteker verwijderen op het moment dat je het ziet, voordat het zaad vormt. Chemische bestrijding van grasonkruid in gazons is in Nederland lastig, want de meeste middelen raken ook gewenste grassen.

Praktische stappen om jouw grastype te bepalen en daarna te handelen

Je hoeft geen botanist te zijn om te achterhalen welke grassen er in jouw gazon zitten. Met een paar simpele stappen kom je al een heel eind.

  1. Pak je zaakje erbij als je een mengsel hebt ingezaaid: check het etiket. De meeste zakken noemen de soorten per percentage, zoals '60% Engels raaigras, 30% roodzwenkgras, 10% veldbeemdgras'. Dat is je startpunt.
  2. Loop in mei of juni door je gazon en let op bladbreedte, kleur en textuur. Breed en glanzend wijst op Engels raaigras. Fijn en mat is meestal zwenkgras. Plat en lichtgroen met een pluimpje? Dan is dat waarschijnlijk straatgras.
  3. Gebruik een plantenherkenningsapp zoals PictureThis voor twijfelgevallen. Maak een close-upfoto van een plant met blad, steel en als het er is bloeiwijze. De app geeft een suggestie, maar verifieer het altijd even met een tweede bron.
  4. Test de zuurgraad van je bodem met een eenvoudige pH-meter of testset uit de tuinwinkel. Dit helpt je begrijpen of mos, kweekgras of straatgras een ideale omgeving hebben gevonden.
  5. Bepaal op basis van je bevindingen welk onderhoud prioriteit heeft: kalken als de pH te laag is, verticuteren als de viltlaag dik is, bijzaaien met het juiste grastype als er kale plekken zijn met ongewenste indringers.
  6. Herhaal de visuele inspectie elk seizoen. De samenstelling van een gazon verandert langzaam door gebruik, weer, bemesting en maaigedrag. Wat in april opgaat als gewenst gras, kan in augustus veranderd zijn door droogte of te kort maaien.

Het mooie van weten welke grassen je hebt, is dat je onderhoud ineens logischer wordt. Je gooit niet blindelings mest over een mengsel zonder te weten wat dat mengsel nodig heeft. En als er iets ongewensts groeit, weet je of het een eenvoudig probleem is (straatgras dat je met maaigedrag kunt terugdringen) of een taai geval (kweekgras dat je echt handmatig moet aanpakken). Hoe beter je je gazon kent, hoe minder werk het je uiteindelijk geeft.

FAQ

Is het aantal soorten gras in mijn gazon hetzelfde als het aantal grassen in een zak graszaad?

Nee. Een zak bevat meestal meerdere rassen of cultivars, die binnen dezelfde botanische soort kunnen vallen. Tel je botanisch, dan kom je op soorten uit, tel je zaadcomponenten volgens het etiket, dan krijg je meer namen. Kijk dus eerst of het etiket spreekt over soorten (bv. Festuca rubra) of over cultivars (rassen), en of er mengsels voor schaduw of sport in zitten.

Wat is een goede manier om te bepalen welke 2 tot 5 grassen ik echt in mijn gazon heb?

Begin met de meest zichtbare kenmerken, bladkleur en structuur. Let bijvoorbeeld op glans en brede bladeren (Engels raaigras), droogtetolerantie en fijner blad (roodzwenkgras), het bootje of sigaarpuntje aan de bladtop (schapengras). Neem 1 tot 2 weken later opnieuw foto’s, want sommige kenmerken worden pas duidelijk na groei na regen of maaien.

Waarom zeggen plantenlabels soms iets anders dan wat ik in het gazon zie?

Dat komt door variatie binnen een soort (ondersoorten, subtypes) en door mengsels die in de tijd verschuiven. Een deel van het zaad kan later worden verdrongen door een soort die beter past bij bodem, vocht en maaibeheer. Ook kunnen synoniemen opduiken op oude etiketten, waardoor de naam op papier anders lijkt dan die in een recente databank.

Tel ik alleen grassen, of moet ik ook onkruidgrassen meetellen als ‘soorten gras’ in mijn gazon?

Voor onderhoud is het handiger om te scheiden: ‘gewenste grassen’ (de soorten uit het mengsel) en ‘grasonkruiden’ (zoals straatgras, kweekgras en hanenpoot). Veel mensen overschatten dan het aantal soorten gras, omdat de ongewenste soorten vooral optreden in gaten, zwakke plekken of bij te rijke bemesting.

Hoe beïnvloeden maaiboogte en maai-frequentie mijn soortensamenstelling?

Maaien stuurt welke grassen dominant worden. Bij te kort maaien krijgen finere zwenkgrassen vaak meer stress, waardoor ruimte ontstaat voor straatgras en mos. Houd je aan de gangbare hoogte per type (bijv. liever 5 tot 6 cm voor roodzwenk en schapengras), en ga niet abrupt in één week van heel hoog naar heel laag.

Hoe lang duurt het voordat ik echt effect zie van aanpassingen in bodem en bemesting op de soorten in mijn gazon?

Meestal zie je binnen enkele weken veranderingen in groei en kleur, maar de echte verschuiving in dominantie duurt vaak langer, zeker bij gevestigde zoden. Reken op een seizoen om duidelijke trends te zien, omdat wortels en uitlopers (bijv. bij kweekgras) tijd nodig hebben om te reageren op betere omstandigheden.

Kan ik met een zak graszaad in één keer alle problemen oplossen, of bepaalt de bestaande grond vooral welke soorten overleven?

De bodem en het onderhoud bepalen uiteindelijk welke soorten blijven. Een nieuw mengsel kan helpen, maar als je grond te zuur, te nat of te arm aan structuur is, dan wint vaak straatgras of komt mos terug. Eerst aanpakken wat het systeem verstoort (kans op mos is bijvoorbeeld vaak gekoppeld aan lichtgebrek, vocht en pH), daarna bijzaaien of oversaieren.

Waarom komt straatgras of kweekgras vooral op bepaalde plekken terug?

Omdat die plekken vaak afwijken in dichtheid en groeiomstandigheden. Straatgras houdt van omstandigheden waarin de grasmat dun is, plus voldoende ruimte om te kiemen. Kweekgras breidt uit via ondergrondse uitlopers, dus als het eenmaal zit, is ‘alleen maar’ bijzaaien vaak niet genoeg, je moet het wortelnetwerk aanpakken.

Wat is een praktisch startplan als ik wil weten hoeveel ‘echte’ soorten gras er in mijn tuin zitten?

Doe dit in volgorde: noteer het soort gazon en het mengsel op het etiket (als je dat hebt), kies daarna 3 tot 5 plekken (goed, gemiddeld, probleem), maak in dezelfde lichtomstandigheden foto’s na maaien en na 1 tot 2 weken groei, en vergelijk de bladkenmerken met de meest voorkomende soorten. Als je twijfelt, behandel je ‘de fouten’ met de juiste maatregelen, want het onderhoud vertelt vaak ook indirect wat dominant is.

Volgende artikelen
Grond gras: stappenplan tegen kale plekken en slecht groeiend gazon
Grond gras: stappenplan tegen kale plekken en slecht groeiend gazon

Praktisch stappenplan om kale plekken en slecht groeiend gras te verhelpen: bodem check, pH, beluchten, bemesten en juis

Er geen gras over laten groeien: voorkom en herstel snel
Er geen gras over laten groeien: voorkom en herstel snel

Voorkom dat gras overgroeit en herstel snel met een maaiplan, randen aanpak, juiste timing en nazorg.

Spaans gras: herkenning, onderhoud en problemen oplossen
Spaans gras: herkenning, onderhoud en problemen oplossen

Herken, onderhoud en los problemen op met spaans gras: maaien, verticuteren, bemesten, kalk, gieten en plagen.